Liturgie

Orde van dienst voor de kerkdienst op hemelvaart, 26 mei 2022

Welkom, mededelingen door de ouderling van dienst.

Lied: 47: 1: “Volken wees verheugd…”

Stil gebed, Votum en Groet

V:        Onze Hulp is in de Naam van de Heer

A:        Die hemel en aarde gemaakt heeft

V:        Zing voor God, zing een lied voor hem.

            Juich als hij komt op zijn wagen van wolken,

            maak je klaar voor zijn komst.

A:        Heer is zijn naam! Jubel als Hij verschijnt!

V         Hij helpt weduwen,

            en hij beschermt kinderen zonder vader.

            God geeft aan eenzame mensen een thuis.

            Aan gevangenen geeft hij de vrijheid.

A:        Laat iedereen de Heer danken, elke dag.

            Want hij helpt ons, hij redt ons.

V:        Onze God is een God die mensen bevrijdt.

            Hij rijdt door de hoogste hemel

            op een wagen van wolken.

A:        Laat iedereen op aarde zingen voor God,

            laat iedereen een lied zingen voor de Heer.

Lied: 47: 2: “God stijgt blinkend schoon…”

Gebed voor de nood van de wereld.

Lied: 665: 1, 4, 5: “Om Christus’ wil zijn wij verblijd…”

Lezen uit de bijbel:2 Koningen 2: 1-15. BGT.

Op een dag liep Elia de stad Gilgal uit, samen met zijn helper Elisa. Het was de dag waarop de Heer Elia in een stormwind mee zou nemen naar de hemel. Elia zei tegen Elisa: De Heer wil dat ik naar Betel ga, maar jij moet hier blijven.Elisa antwoordde: Ik laat u niet alleen gaan! Dat is zo zeker als u leeft, en zo zeker als de Heer leeft.Toen gingen ze samen naar de stad Betel.De profeten die in Betel woonden, kwamen Elisa tegemoet. Ze zeiden tegen hem: Weet je wel dat de Heer vandaag je meester van je zal wegnemen?’ ‘Ja, dat weet ik,antwoordde Elisa. Praat daar maar niet over. Daarna zei Elia tegen Elisa: Nu wil de Heer dat ik naar Jericho ga. Maar jij moet hier in Betel blijven, Elisa.Elisa antwoordde: Ik laat u niet alleen gaan! Dat is zo zeker als u leeft, en zo zeker als de Heer leeft.Toen gingen ze samen naar de stad Jericho. De profeten die in Jericho woonden, kwamen naar Elisa toe. Ze zeiden tegen hem: Weet je wel dat de Heer vandaag je meester van je zal wegnemen?’ ‘Ja, dat weet ik,antwoordde Elisa. Praat daar maar niet over. Daarna zei Elia tegen Elisa: Nu wil de Heer dat ik naar de Jordaan ga. Maar jij moet hier in Jericho blijven.Elisa antwoordde: Ik laat u niet alleen gaan! Dat is zo zeker als u leeft, en zo zeker als de Heer leeft.Toen gingen ze samen verder.Toen Elia en Elisa bij de Jordaan aankwamen, bleven ze daar staan. Vijftig profeten uit Jericho waren hen gevolgd. Die bleven op een afstand staan kijken wat er zou gebeuren. Elia deed zijn mantel uit, rolde hem op en sloeg ermee op het water. Toen stroomde het water opzij, zodat ze samen de rivier konden oversteken zonder nat te worden. Aan de overkant zei Elia: Elisa, de Heer gaat me van je wegnemen. Is er nog iets wat ik voor je kan doen? Dan moet je het me nu vragen.Elisa antwoordde: Geef mij alstublieft de kracht die u van de Heer gekregen hebt. Dan kan ik net zon machtige profeet worden als u.Elia zei: Je vraagt me iets wat ik je niet zelf kan geven. Misschien zul je zien hoe ik van je weggenomen word. Dan zul je krijgen wat je vraagt, maar anders niet.Terwijl Elia en Elisa zo liepen te praten, kwam er opeens een wagen van vuur tussen hen in rijden. De wagen werd getrokken door paarden van vuur. En op die wagen ging Elia in een stormwind omhoog naar de hemel. Elisa zag het gebeuren en schreeuwde: Vader, vader! U alleen kunt Israël beschermen!Dat was de laatste keer dat Elisa zijn meester zag. Hij scheurde zijn kleren als teken van verdriet. De mantel van Elia was op de grond gevallen. Elisa raapte die op, en liep ermee terug naar de waterkant. Daar bleef hij staan. Hij sloeg met de mantel op het water, net zoals Elia dat gedaan had. En hij riep: Waar is de Heer, de God van Elia?Toen stroomde het water opnieuw opzij, zodat Elisa terug kon lopen naar de andere kant van de rivier.

Lied: 316: 1, 3, 4: “Het woord dat u ten leven riep…”

Lezen uit de bijbel: Lukas 24, 50 – 53:

Toen nam Jezus de leerlingen mee de stad uit, tot bij het dorp Betanië. Hij stak zijn armen uit en zegende hen. En terwijl hij dat deed, ging hij weg. God haalde hem naar de hemel.De leerlingen eerden Jezus. Daarna gingen ze vol vreugde terug naar Jeruzalem. Daar waren ze voortdurend in de tempel om God te danken.

Lied: 666: 1, 2: “De Heer is opgetogen…”

Verkondiging

Lied: 663: 1, 2: “Al heeft Hij ons verlaten,…”

Danken en bidden, stil gebed, Onze Vader

Collecte

Lied: 425: “Vervuld van uw zegen…” (2 x)

 Zegen (gezongen amen)