Liturgie

 

Derde zondag van Pasen

Johannes 21:1-14

Orgelspel

Begroeting en mededelingen aan de gemeente (door de ouderling van dienst).

 Voorganger krijgt een hand van de dienstdoende ouderling.

Intochtslied: Lied 645 Zingt ten hemel toe. Van de nieuwe morgen (Staande)

Groet en bemoediging

Onze hulp mag de naam van de Ene zijn,

die is, was en zal zijn,

die trouw is tot in eeuwigheid

die nabij wil zijn in nood en bij verdriet,

naast eenzamen wandelt

en zo bron van kracht en hoop is,

voor velen,

hopelijk ook voor u en voor jou.

Zoals we ook in Jesaja 43:10 lezen:

Mijn getuige zijn jullie – spreekt de HEER –,

mijn dienaar, die Ik uitgekozen heb

opdat jullie Mij zouden kennen en vertrouwen,

en zouden inzien dat Ik het ben.

Vóór Mij is er geen god gevormd,

en na Mij zal er geen zijn.

Gebed

Zingen: Lied 657: 1, 2 en 4 Zolang wij ademhalen

 Lezing: Johannes 21:1-14 (Naardense vertaling)

1 Na deze dingen
toont Jezus zich zelf weer aan de leerlingen,
in een verschijning aan de zee van Tiberias;
maar zijn verschijnen is zó:

2 bijeen zijn geweest: Simon Petrus,
Tomas die Tweeling genoemd wordt,
Natanaël van Kana in Galilea,
die van Zebedeüs, en nog
twee anderen uit de kring van zijn leerlingen.

3 Simon Petrus zegt tot hen:
ik ga weg, vissen!
Zij zeggen tot hem:
ook wíj komen met jou mee!
Ze trekken uit;
ze stappen de boot in,
en in díe nacht
vangen ze niets!

4 Maar als het ten slotte morgen wordt
komt Jezus op de oever staan;
de leerlingen hebben evenwel niet geweten
dat het Jezus was.
5 Dan zegt Jezus tot hen: jongens,
hebt ge niet iets voor bij het eten?
Ze antwoorden hem: nee…

6 Maar hij zegt tot hen:
werpt het net uit
in de delen rechts van de boot
en ge zult vinden!
Dan werpen ze het uit
en zijn niet meer sterk genoeg geweest
om het net op te trekken,-
vanwege de veelheid van de vissen!

7 Dan zegt de leerling
díe, welke Jezus (het meest) heeft liefgehad
tot Petrus:
het is de Heer!
Dan schort Simon Petrus,
als hij hoort het is de Heer,
zijn overkleed op
-want hij is (verder) naakt geweest-
en werpt zich in de zee.

8 Maar de andere leerlingen komen
met het bootje,
want ze zijn niet ver van het land geweest,
nee, zon tweehonderd ellen er vanaf;
zij slepen het net met de vissen mee.

9 Zodra ze dan van (het water) af
op het land aan lopen,
kijken ze aan tegen een houtskoolvuur
dat (daar) is aangelegd,
en een visje daarop gelegd, en brood.

10 Jezus zegt tot hen:
brengt wat van de visjes hier
die ge nu hebt gevangen!

11 Simon Petrus loopt (het water) in
en trekt het net op het land aan;
het is vol met grote vissen:
honderddrieënvijftig.
En hoewel het er zoveel zijn
scheurt het net niet.

12 Jezus zegt tot hen:
hierheen, houdt het morgenmaal!
Maar niemand van de leerlingen
heeft het gewaagd
om hem de vraag te stellen:
u, wie bent u?-
ze weten: het is de Heer!

13 Jezus komt,
neemt het brood
en geeft het aan hen;
zo ook het visje.

14 Hiermee verschijnt Jezus
reeds ten derden male
aan de leerlingen,
opgewekt uit de doden.

 Overdenking

Orgelspel

Zingen: “O eeuw’ge Vader, sterk in macht” LvdK, gezang 467, HH 253 of Joh de Heer 420

O eeuw’ge Vader sterk in macht

wiens arm betoont der baren kracht;

die wijst de grondlooz’ oceaan

de hem gestelde perken aan;

o wil verhoren onze bee

voor hen, die zijn in nood op zee.

O Christus, wiens bestraffend woord

door wind en water werd gehoord,

die onder ’t stormen rustig sliep

en wandeld’ over ’t schuimend diep 

o wil verhoren onze bee

voor hen, die zijn in nood op zee.

O God, die ons behoeden wilt,

bescherm de broeders, wees hun schild

in storm en strijd,ga met ze mee

en redt ze van ’t geweld der zee,

dat land en water, wijd en zijd,

lofzingen uw barmhartigheid

Gebeden met stilte-moment en Onze Vader

 Collecte (3x, tijdens orgelspel)

 Zingen: Lied 840 Lieve Heer, Gij zegt ‘kom; en ik kom. Van komen en gaan

 Zegen, beantwoord met gezongen ‘Amen’