Liturgie

Liturgie voor Wieringerwerf  25 Oktober met H.A.

Begroeting en mededelingen aan de gemeente (door de ouderling van dienst), enVoorganger krijgt een hand van de dienstdoende ouderling.

Intochtslied. (Staande)        lied 119: 31, 33 

STILTE

 BEMOEDIGING

Onze hulp is in de naam van de Heer,

die hemel en aarde gemaakt heeft,

die trouw blijft tot in eeuwigheid

en niet loslaat het werk van zijn handen.

Groet: Vrede zij u van God onze vader en onze Heer, Jezus Christus

drempelgebed en smeekgebed voor de nood van de wereld:

glorialied: ‘Alle eer en alle glorie’  [LB 305: 1]

DIENST VAN HET WOORD

gebed bij de opening van de schrift

 -Lezing 1: Deut. 6, 1-9  

Lezing 2:  Mt 22, 34-46

Zingen: lied 908 :1,2,6 Ik heb U lief om mijn beminde.

uitleg/overdenking (eventueel gevolgd door orgelspel)

lied   Lied 340 B : de Geloofsbelijdenis  (zo mogelijk staande)

dank- en voorbeden

stil gebed en GEEN onze vader  

 Presentatie door Monica de Boer na aanleiding van de eerste collecte bestemd voor Friends voor Brikama – Gambia.

Collecte

  • Dienst van de Tafel

Nodiging.

Onze Heer Jezus Christus heeft voor allen die bij Hem willen horen en Hem liefhebben de maaltijd gegeven om dat feestelijk met Hem en met elkaar te vieren.Daarom vragen wij u om in geloof en blijdschap met ons de gebeden te zeggen en brood en wijn, als uit Zijn eigen hand te ontvangen.Komt dan, want alle dingen zijn gereed. 

Tafellied:  Gezang 390 een brood in de aarde gevonden

Tafelgebed

Laten wij de Heer, onze God danken,want Hij is goed.

Ja Here, onze God, u verdient onze dank.

U wilt onze Vader zijn door Jezus Christus. Hij is aan ons mensen gelijk geworden en is aan U gehoorzaam geweest in alle dingen.Hij hield van de mensen: van hen die onrecht lijden, de tollenaren en de zondaren.Voor hen, die geen helper hebben, Is Hij de helper geweest.Ook al moest Hij daarvoor sterven aan het kruis, Maar Hij beeft volgehouden tot het einde. Daarom hebt u Hem een erenaam gegeven opdat iedereen, in de hemel en op de aarde en onder de aarde. naar Hem op zal zien en Hem hulde zal betuigen. Tot eer van U.Wij danken U, Heer, onze God, dat U ons uw Zoon Jezus gegeven hebt.Hij is voor onze zonden gestorven en Hij is door U uit de dood opgewekt als teken dat het tussen U en ons weer goed is. Met hart en ziel heeft Jezus zich gegeven aan deze wereld.Want in de nacht, waarin Hij werd overgeleverd, nam Hij een brood sprak de dankzegging uit, brak het en  zei: Dit is mijn lichaam voor U, doet dit tot mijn gedachtenis.Evenzo ook de beker, nadat de maaltijd afgelopen was en Hij zei:Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, doet dit, zo dikwijls gij die drinkt tot mijn gedachtenis.En wij verkondigen zijn dood, totdat Hij wederkomt.Wij doen wat Hij gedaan heeft, breken brood, delen de beker in de hoop dat een nieuwe wereld komen zal waar brood en vrijheid is, genoeg voor allen.Kom en woon bij ons, in ons, zend uw Geest, hecht ons aaneen tot een stad van vrede, een ruimte van gerechtigheid, een huis voor mensen, een tempel voor U.

 Onze Vader

Wij bidden tot U, zoals Jezus zelf het ons geleerd heeft.. Gemeente:

–  De instellingswoorden

Bij het uitdelen van het brood spreekt de voorganger:

Het brood dat wij breken, is gemeenschap met het lichaam van Christus.

(Neemt, eet, gedenkt en gelooft, dat het lichaam van onze Here Jezus Christus gegeven is tot een volkomen verzoening van al onze zonden.)

Bij het uitdelen van de wijn spreekt de voorganger:

De beker der dankzegging, waarover wij de dankzegging uitspreken, is gemeenschap met het bloed van Christus.

(Neemt, drinkt allen daaruit; gedenkt en gelooft, dat het kostbaar bloed van onze Here Jezus Christus vergoten is tot een volkomen verzoening van al onze zonden.)

We delen brood en de vrucht van de wijnstok.

Orgelspel tijdens rondgang.

Dankgebed.

Zingen: lied van de dans:     lied 839

Wegzending en zegen gevolgd door  gezongen ‘Amen’ 

De Lezingen.

Deuteronomium 6, 1-9

Dit zijn de geboden, wetten en regels die ik u in opdracht van de HEER, uw God, moet leren en die u moet naleven in het land aan de overkant, dat u in bezit zult nemen. 2 U moet voor de HEER, uw God, ontzag tonen door u te houden aan zijn wetten en geboden, zoals ik die nu aan u geef; dat geldt voor u, zolang u leeft, en voor uw kinderen en uw kleinkinderen. Dan zult u met een lang leven gezegend worden. 3 Luister dus, Israël, en neem ze nauwlettend in acht. Dan zal het u goed gaan in het land dat overvloeit van melk en honing, en zult u sterk in aantal toenemen, zoals de HEER, de God van uw voorouders, u heeft toegezegd.

 Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige!

Heb daarom de HEER lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten. Houd de geboden die ik u vandaag opleg steeds in gedachten.  Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als u naar bed gaat en als u opstaat. Draag ze als een teken om uw arm en als een band op uw voorhoofd. Schrijf ze op de deurposten van uw huis en op de poorten van de stad.

 

Het grote gebod en de zoon van David. Mattheus 22, 34 –46

Nadat de Farizeeën hadden vernomen dat hij de Sadduceeën tot zwijgen had gebracht, kwamen ze bij elkaar. Om hem op de proef te stellen vroeg een van hen, een wetgeleerde: ‘Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’ Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’ Nu de Farizeeën om hem heen stonden, stelde Jezus hun deze vraag: ‘Wat denkt u over de messias? Van wie is hij een zoon?’ ‘Van David,’ antwoordden ze. Jezus vroeg: ‘Hoe kan David hem dan, geïnspireerd door de Geest, Heer noemen? Want hij zegt: “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.’” Als David hem dus Heer noemt, hoe kan hij dan zijn zoon zijn?’ En niemand was in staat hem een antwoord te geven, noch durfde iemand hem vanaf die dag nog een vraag te stellen.