Liturgie

Liturgie voor zondag 24 mei 

Orgelspel

Begroeting

Votum en Groet.

Lied 663: 1, 2. Al heeft hij ons verlaten.

1 Al heeft Hij ons verlaten,
Hij laat ons nooit alleen.
Wat wij in Hem bezaten
is altijd om ons heen
als zonlicht om de bloemen
een moeder om haar kind.
Teveel om op te noemen
zijn wij door Hem bemind.


2 Al is Hij opgenomen,
houd in herinnering,
dat Hij terug zal komen,
zoals Hij van ons ging.
Wij leven van vertrouwen,
dat wij zijn majesteit
van oog tot oog aanschouwen
in alle eeuwigheid.

Gebed.

Lezing: Johannes 17, 1 -11 NBV.

Zo sprak Jezus. Daarna sloeg hij zijn ogen op naar de hemel en zei: ‘Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van uw Zoon, dan zal de Zoon uw grootheid tonen. Hij heeft van u macht over alle mensen ontvangen, de macht om iedereen die u hem gegeven hebt het eeuwige leven te schenken. Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus. Ik heb op aarde uw grootheid getoond door het werk te volbrengen dat u mij opgedragen hebt. Vader, verhef mij nu tot uw majesteit, tot de grootheid die ik bij u had voordat de wereld bestond.
Ik heb aan de mensen die u mij uit de wereld gegeven hebt uw naam bekendgemaakt. Zij waren van u, maar u hebt hen aan mij gegeven. Ze hebben uw woord bewaard, en nu begrijpen ze dat alles wat u mij hebt gegeven, van u komt. Ik heb de woorden die ik van u ontvangen heb aan hen doorgegeven, zij hebben ze aanvaard en nu weten ze echt dat ik van u gekomen ben, en ze geloven dat u mij hebt gezonden. Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor de mensen die u mij hebt gegeven, omdat zij van u zijn – alles wat van mij is, is van u, en alles wat van u is, is van mij – en omdat in hen mijn grootheid zichtbaar geworden is. Ik ben al niet meer in de wereld, ik ga naar u toe, maar zij blijven wel in de wereld. Heilige Vader, bewaar hen door uw naam, de naam die u ook aan mij gegeven hebt, zodat zij één zijn zoals wij één zijn.

Lied: 665: 1, 3, 5 om Christus wil zijn wij verblijd

1 Om Christus wil zijn wij verblijd.
Hij heeft in alle mens’lijkheid
een zoon die naar zijn vader aardt
God in het vlees geopenbaard.

3 Hij die, ontheven hemelhoog,
te stralend voor het sterf’lijk oog,
aan de engelen verschenen is
in ’t licht van zijn verrijzenis,

5 Om Christus wil zijn wij verblijd,
die inging in Gods heerlijkheid
en voor Gods ogen, stralend schoon,
is wat wij zullen zijn, de Zoon.

Overdenking

Lied: 664: 1, 3.

Naam van Jezus, nu verheven
boven alle namen uit,
om een leidsman ons te geven
die in alle waarheid leidt,
wees verborgen in ons midden,
leer ons bidden,
geef uw zegen wijd en zijd.

Overal wordt U gebeden
om het rijk dat komen gaat.
Laat het zichtbaar zijn beneden,
geef een nieuwe dageraad.
Woord van God, maak deze aarde
tot een gaarde
waar de boom des leven staat!

Danken en bidden, stil gebed, Onze Vader.

Mededelingen

Lied: 871: 1, 2, 3, 4 Jezus zal heersen waar de zon

Jezus zal heersen waar de zon,
gaat om de grote aarde om,
de maan zijn lichte banen trekt,
zover het verste land zich strekt.

Het lied in alle talen zal,
zijn liefde lover overal
en uit de kindermond ontspringt,
de lofzang die Zijn naam omringt.

Zijn rijk is volle zaligheid,
wie was gevangen wordt bevrijdt,
wie moe was komt tot rust voorgoed,
wie arm was leeft in overvloed.

Laat loven al wat adem heeft,
de Koning die ons alles geeft.
O aarde om dit nieuw begin,
stem met het lied der englen in.

Zegen

Orgelspel.