Liturgie 9 februari

Welkom en mededelingen door de ouderling van dienst.

Lied: 221: 1, 3. “Zo vriendelijk en veilig als het licht.”

Stil gebed

Votum en groet
V: God is ons genadig en zegent ons
A: Hij laat het licht van zijn gelaat
over ons schijnen.
V: Wij laten ons nergens op voorstaan
– behalve op het kruis van onze Heer,
Jezus Christus
A: In Hem is ons heil,
ons leven
en onze opstanding. Amen.

Klein Gloria.

Gebed van verootmoediging

Genadeverkondiging: psalm 103, 8 – 13 Bijbel in gewone taal
De Heer is goed, hij vergeeft ons.
Geduldig en vol liefde is hij.
Hij blijft niet altijd boos,
zijn woede gaat voorbij.
Hij wordt niet boos om iedere fout,
hij straft ons niet zo streng als we verdienen.
Hij doet onze schuld ver weg,
zo ver als het westen is van het oosten.
Want zijn liefde voor ons is groot,
zo groot als de hele wereld.

Lied: 885: 1, 2. “Groot is uw trouw o Heer…”

Leefregel: I Johannes 4, 7 – 12: Bijbel in gewone taal.
Lieve vrienden, wij moeten elkaar liefhebben. Want de liefde komt van God. Iedereen die liefheeft, is een kind van God en kent God. Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde.
God heeft zijn liefde aan ons laten zien door zijn enige Zoon naar de wereld te sturen. Dankzij zijn Zoon krijgen wij het eeuwige leven.
De liefde komt van God. God had ons al lief voordat wij hem liefhadden. Omdat God ons liefhad, heeft hij zijn Zoon naar de wereld gestuurd. Door zijn Zoon worden onze zonden vergeven.
Vrienden, omdat God zo veel van ons houdt, moeten ook wij van elkaar houden.
Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we van elkaar houden, blijft God in ons. Dan is zijn liefde in ons volmaakt geworden.

Lied: 912: 1, 2, 3, 6. “Neem mijn leven, laat het Heer…”

Gebed voor de schriftlezing.

Lezing: Lucas 5: 1 – 11

Lied: 528: 1, 3, 5. “Omdat Hij niet ver wou zijn…”

Verkondiging.

Lied: 974: 1, 2, 3, 5. “Maak ons uw liefde, God, tot opmaat…”

Danken en Bidden.

Collecte.

Lied: 340b Apostolische geloofsbelijdenis. (Allen gaan, zo mogelijk, staan.)

Nodiging tot de tafel (allen blijven, zo mogelijk, staan):

v: De Heer heeft zijn tafel bereid
voor wie op Hem vertrouwen
en Hem liefhebben
Christus nodigt ons uit
om dankbaar en gelovig
met de lofprijzing in te stemmen
en brood en wijn uit zijn hand te ontvangen.
de vrede van de Heer zij met u!

(Gemeenteleden wensen elkaar vrede. Allen gaan zitten.)

v: Verheft uw hart en brengen wij dank
aan de Heer onze God.
a: Hij is onze dankbaarheid waardig.
v: U komt onze dank toe,
Heer onze God
overal en altijd
door Jezus, onze Heer.
Want U hebt ons geschapen
tot een leven van liefde en lofzang
en toen wij U loslieten
hebt U ons vastgehouden
en ons teruggeroepen
van een doodlopende weg.
U hebt ons bevrijdt
uit de macht van donker en dood
en ons uitzicht gegeven
op een toekomst van licht,
vrijheid, vrede, vreugde.
Daarom zingen wij U toe:

Lied: 985: 1. “Heilig, heilig, heilig! Hemelhoog verheven…”

v: Gezegend zijt Gij, God onze Vader
en gezegend is Jezus die komt in uw Naam.
Want Hij is tot het uiterste gegaan
om ons voor U te behouden.
Hij heeft voor ons uit
de doortocht gemaakt
door de engte van de dood
naar de ruimte van het leven.
Zo is Hij onze verlosser.
In de nacht dat Hij werd verraden
nam Hij een brood, sprak het
dankgebed uit, brak het brood, deelde
het uit en zei:
“Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt.
Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.”
Zo nam Hij na de maaltijd ook de beker, en zei:
“Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond
dat door mijn bloed gesloten wordt.
Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.”
a: Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.
Heer, kom spoedig!
v: Zend, zo bidden wij, uw Heilige Geest
over deze gaven van brood en wijn,
en over heel uw gemeente.
a: Amen.
v: Bidden wij, zoals Jezus het ons leerde…
a: Onze vader…. Amen.

Delen van brood en wijn

Liederen tijdens delen brood en wijn:
840: 1, 2, 3. “Lieve Heer gij zegt kom en ik kom…”
838: 1, 3, 4. “O grote God die liefde zijt,…”
834: 1, 2, 3 “Vernieuw gij mij o eeuwig licht…”
800: 1, 3, 4, 5. “Wat zou ik zonder u geweest zijn…”

Dankgebed.

Zingen: 412: 1, 2, 3. “Grote God wij loven U…”

Zegen.

Gezongen Amen.